Zwitserse rechters lezen NFI-rapport zoals onze rechters het zouden moeten lezen (COLUMN)

donderdag, 7 mei 2026 (11:01) - Crimesite.nl

In dit artikel:

Twee Zwitserse kantonale hoven hebben dit jaar zelfstandig en fors ingegrepen tegen het gebruik van Sky ECC‑data in strafdossiers. Op 15 augustus 2025 wees het Obergericht van Zürich alle verkregen Sky‑gegevens uit het dossier vanwege een flagrante schending van het territorialiteitsbeginsel; op 3 oktober 2025 volgde het Appellationsgericht Basel‑Stadt, dat niet alleen de territoriale bezwaren bevestigde maar ook de betrouwbaarheid van de data zelf terzijde schoof. Bazel onderzocht daarbij expliciet het Toolbox‑rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) — hetzelfde rapport waarop het Openbaar Ministerie internationaal steunt — en concludeerde dat dat rapport de bewijskracht van de Sky‑data ondermijnt.

Het NFI‑rapport blijkt bij nauwkeurige lezing geen onomstotelijk afschrift van de chats te leveren. Het erkent zelf dat niet alle berichten succesvol zijn ontcijferd, dat tijdstempels onderling tientallen minuten kunnen afwijken, dat groepschats adresseringsafwijkingen veroorzaken en dat berichten zonder verklaring ontbreken doordat interceptie geen volledig zicht had op de technische infrastructuur van Sky. Eveneens onduidelijk blijft precies welke data en welke selectiecritérios feitelijk geanalyseerd zijn. De geruststellende slotsom van het rapport staat naast expliciete relativeringen: niet volledig, niet representatief en niet op broncodeniveau onafhankelijk geverifieerd. Het Bazelse hof las dat rapport letterlijk en trok daaruit de consequenties; Nederlandse rechters lijken daarentegen vaak het tegenovergestelde te concluderen.

In Nederland geldt volgens de Hoge Raad het interstatelijke vertrouwensbeginsel: de Nederlandse strafrechter toetst doorgaans niet of een buitenlandse opsporing aan het vreemde recht voldeed. De rechter moet wel de overall fairness van het proces bewaken en bij concrete aanwijzingen de betrouwbaarheid van bewijsmaterialen toetsen. In de praktijk wordt het begrip ‘concrete aanwijzingen’ echter strikt uitgelegd: algemene technische bezwaren over volledigheid, tijdstempels of ontcijferingsratio’s worden door rechtbanken en hoven vaak “niet concreet” genoemd. Dat legt een stelplichtparadox bloot: de verdediging moet specifieke tekortkomingen aantonen zonder toegang tot ruwe data, terwijl de feitenbasis juist deels door het NFI‑rapport zelf wordt geleverd.

Moszkowicz, strafpleiter en auteur van het artikel, beschrijft voorbeelden waarin Nederlandse rechters wél het NFI‑rapport citeren maar de daar erkende hiaten bagatelliseren. Sommige hoven weigeren contra‑deskundigen omdat het NFI al een betrouwbaarheidstoets zou hebben uitgevoerd; elders wordt een koppelmethode tussen Sky‑ID en IMEI geprezen als ‘in 99% van de controleerbare gevallen betrouwbaar’, een statistiek die problematisch blijft wanneer die ene procent fouten kan leiden tot jarenlange vrijheidsstraffen.

De Bazelse uitspraak werkt in het Nederlandse debat als een spiegel: het kantonale hof beperkte zich niet tot diplomatieke of procedurele terughoudendheid, maar beoordeelde zelfstandig de inhoud en implicaties van het NFI‑rapport en paste daarop bewijsuitsluiting toe. Moszkowicz ziet daarin geen activisme maar normale bewijsbeoordeling onder artikel 6 EVRM — iets wat volgens hem in Nederland vaker achterwege blijft. Belangrijk is ook dat het om hoge kantonale niveaus gaat; twee afzonderlijke Zwitserse hoven bevestigen, via verschillende redeneringen, hetzelfde resultaat.

De praktische consequenties voor de Nederlandse praktijk zijn drieledig. Ten eerste is de huidige stelplichtparadox onhoudbaar en raakt die ook aan lopende prejudiciële vragen die de Franse Cour de Cassation aan het HvJ‑EU stelde over het recht op een effectief rechtsmiddel (artikel 47 EU‑Handvest); antwoord wordt eind 2026 of begin 2027 verwacht. Ten tweede moet de verdediging het NFI‑rapport serieus gebruiken: de daarin genoemde hiaten (gaten in datasets, tijdstempelonnauwkeurigheid, adresseringsfouten, selectiebias) kunnen en moeten omgezet worden in concrete, op het rapport zelf gefundeerde weerleggingen. Ten derde hoort de Bazelse uitspraak thuis in elke pleitnota als onderdeel van een Europese keten van beslissingen (Cour de Cassation, Zürich, Bosnië, Italië, Spanje, Bazel) en de recente aandacht van het EHRM voor EncroChat/ANOM‑bewijs.

De kernboodschap is simpel: leer het rapport echt lezen en trek daar logische conclusies uit. Volgens Moszkowicz is het NFI‑rapport geen waterdichte garantie zoals het OM het vaak presenteert. De Zwitserse hoven tonen dat rechters die bereid zijn eerlijk in de bron te duiken, andere gevolgtrekkingen kunnen maken. Voor verdediging en rechtspraktijk betekent dat aandringen op concrete, door het rapport gestaafde tegenbewijzen en het niet langer accepteren van selectieve interpretaties van hetzelfde materiaal.