Weski ontkent bij politie-inval 'verdachte uitspraken' te hebben gedaan
In dit artikel:
Aan het begin van het pleidooi in de strafzaak tegen advocate Inez Weski las haar raadsman Geert‑Jan Knoops een schriftelijke verklaring van haar voor; Weski zelf was niet in de Rotterdamse rechtbank aanwezig. In die verklaring ontkent ze dat zij tijdens de huiszoeking op 21 april 2023 bepaalde, door het Openbaar Ministerie als belastend aangemerkte uitspraken heeft gedaan. Justitie voert aan dat zij tegen een officier van justitie en twee politieagenten heeft gezegd dat ze het niet had gewild en dat ze dacht dat ze het niet zou overleven. Direct daarna zou zij hebben gezwegen; volgens het OM bevestigen die woorden dat ze over de grens is gegaan.
Het OM verdenkt Weski ervan informatie van en naar haar cliënt Ridouan Taghi te hebben doorgegeven ten bate van de criminele organisatie van de familie Taghi. Tijdens het requisitoir haalde de officier bovendien een passage uit Weski’s eigen boek Het geluid van de stilte aan, over zwijgen bij gevaar voor levens, als illustratie. In haar schriftelijke reactie zegt Weski dat haar woorden in die extreem stressvolle situatie geen erkenning vormden en dat een deel van de aangehaalde uitspraken zelfs niet door haar zijn gedaan; ze geeft wél aan bang te zijn geweest voor overlijden in detentie.
Het Openbaar Ministerie eist 4,5 jaar gevangenisstraf tegen haar wegens deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met witwassen en drugshandel.