Verdachten aanslag Joodse kerk ontkennen terrorisme: 'Hij wist niet wat een synagoge was'
In dit artikel:
In de nacht van 12 op 13 maart werd bij de synagoge aan het A.B.N. Davidsplein in Rotterdam-Blijdorp een explosief met een Cobra6 en benzine tot ontploffing gebracht. Kort daarna hield de politie vier jonge mannen (17–19) uit Tilburg aan bij een andere Rotterdamse synagoge; zij hadden een jerrycan en benzine bij zich. Dinsdag verschenen zes verdachten voor het eerst voor de rechtbank in Rotterdam.
Het Openbaar Ministerie ziet een terroristisch motief: volgens het OM wisten of zagen de daders dat zij bommen bij Joodse instellingen neerlegden, en de aanslag werd opgeëist door een groep die zich Harakat Ashab al-Yamin al-Islamiya noemt — een Iraanse groepering die internationale vergeldingsacties proclameerde. Het OM wijst ook op vergelijkbare incidenten daarna bij Joodse instellingen in Amsterdam en Nijkerk en wil alle zes vervolgen voor het plegen van een terroristische aanslag.
De verdediging trekt dat beeld langs een ander spoor: advocaten stellen dat de jongeren via sociale media voor weinig geld (in totaal circa €3.000) werden gerekruteerd, niet wisten voor wie of waarom ze handelden en geen ideologisch of antisemitisch motief hadden. Twee andere verdachten zouden de vier hebben aangestuurd met foto’s en adressen; die twee werden op hun beurt vanuit het buitenland geleid.
Vier verdachten zijn voorlopig vrij met een enkelband; de zaak van een minderjarige vond achter gesloten deuren plaats. Een 23-jarige Amsterdammer met coördinerende rol en strafblad blijft vastzitten. De inhoudelijke behandeling van de zaak is nog niet gepland; de rechter benadrukte de ernst van de aanslagen in de huidige geopolitieke context.