'Verdachte in Haagse coldcase-moord vrijgelaten'
In dit artikel:
De 71-jarige Ruben B., verdachte in de bijna 31 jaar oude moord op garagehouder Loek van Dam, is uit voorlopige hechtenis vrijgelaten, meldt zijn advocate Elizabeth Bijl. Zij verwacht dat die stap vrijwel zeker zal leiden tot vrijspraak. De strafzaak draait om de fatale schietpartij van 27 januari 1992 in het kantoor van Van Dam in Den Haag; het Openbaar Ministerie eist veertien jaar gevangenisstraf en de uitspraak staat gepland voor 24 maart.
Van Dam werd destijds van dichtbij en van achteren met zes kogels geraakt terwijl hij in zijn bureaustoel zat; er waren geen tekenen van worsteling en er werd niet geroofd. Justitie kwalificeert de daderhandeling als een executie. Kort na de moord kwam Ruben B. al in beeld omdat Van Dam een relatie zou hebben gehad met B.’s vrouw, die volgens het dossier door haar man mishandeld zou zijn en bescherming zocht bij de garagehouder. In 1992 leidde dat tot een aanhouding, maar de zaak werd toen geseponeerd wegens gebrek aan bewijs.
Het onderzoek bleef jaren stil totdat een anonieme tip in 2020 het dossier nieuw leven inblies; die tip suggereerde dat B. zijn toen 15-jarige zoon zou hebben aangespoord het te plegen. Dat leidde tot een coldcase-onderzoek en een nieuwe arrestatie van Ruben B. ongeveer een jaar geleden. Het bewezenmateriaal tegen hem blijkt grotendeels te berusten op hetzelfde forensische bewijs als in 1992, dat destijds onvoldoende werd geacht. Naast Ruben B. werden twee familieleden tijdelijk aangehouden, maar zij zijn inmiddels niet langer verdacht.
Tijdens de zitting ontkende B. meer dan verbale bedreigingen en betoogde hij dat getuigenverklaringen en familie-geruchten geen hard bewijs opleverden. De vrijlating uit voorarrest vergroot volgens zijn verdediging de kans op een vrijspraak bij de rechtbank.