Rechtbank: geen schadevergoeding voor Johan van Laarhoven na Thaise celstraf
In dit artikel:
Voormalig coffeeshophouder Johan van Laarhoven krijgt geen financiële vergoeding van de Nederlandse staat voor de meer dan vijf jaar die hij in een Thaise gevangenis doorbracht. De rechtbank in Den Haag oordeelde deze week dat Nederlandse opsporingsinstanties in het strafrechtelijk onderzoek dat in 2011 tegen hem werd gestart niet onrechtmatig hebben gehandeld.
Van Laarhoven en zijn Thaise ex-echtgenote hadden samen 44 miljoen euro geëist en stelden dat het Openbaar Ministerie door onzorgvuldig en onfatsoenlijk optreden leidde tot mensonterende detentie in Thailand. Van Laarhoven runde eerder vier Brabantse coffeeshops onder de naam The Grass Company en verhuisde in 2008 naar Thailand. Het OM in Breda onderzocht vanaf 2011 hem en zijn broer wegens onder meer drugshandel, witwassen en belastingfraude.
In juli 2014 vroeg Nederland via rechtshulpprocedure aan Thailand om vervolging; een week later werden Van Laarhoven en zijn vrouw gearresteerd. Hij zat uiteindelijk 66 maanden vast. De zaak leidde in Nederland tot politieke commotie en in 2019 reisde minister Grapperhaus naar Bangkok nadat de Nationale Ombudsman had geoordeeld dat de Nederlandse staat onzorgvuldig had gehandeld.
De rechtbank maakte een scherp onderscheid tussen ‘onbehoorlijk’ en strafrechtelijk onrechtmatig handelen: de Ombudsman's oordeel over onzorgvuldigheid betekent volgens de rechter niet automatisch dat er een onrechtmatige daad is geweest. Bovendien wijst de rechtbank erop dat het onderzoek zich niet alleen op softdrugsvoorraad beperkte maar ook op vermoedens van grootschalig witwassen en fiscale fraude via buitenlandse rekeningen. Van Laarhoven moet bovendien ruim 39.000 euro proceskosten betalen en gaat in hoger beroep.