Rapper Kempi toont totaal geen berouw in rechtbank voor huiveringwekkende bedreigingen aan zwangere ex
In dit artikel:
De 39-jarige rapper Kempi (echte naam Jerreley S.) stond vandaag in Den Haag terecht voor een reeks ernstige bedreigingen en poging tot dwang richting zijn zwangere ex‑vriendin. Volgens het dossier terroriseerde hij de vrouw tussen augustus en november 2024 nadat zij zwanger bleek te zijn en eiste hij dat zij de zwangerschap afbrak. Bij zijn aanhouding trof de politie een vuurwapen aan in zijn woning.
De officier van justitie legde uit dat Kempi angstaanjagende berichten en spraakberichten stuurde en de vrouw structureel onder druk zette. Toen zij weigerde te buigen en het kind werd geboren, stelde hij in 2025 een gedwongen “ouderschapsovereenkomst” voor met buitenissige voorwaarden — hij claimde dat een AI‑tool (ChatGPT) de tekst had opgesteld — waaronder dat het kind naar een islamitische basisschool moest en geen Surinaamse sieraden mocht dragen. Als zij niet binnen drie dagen tekende, dreigde hij met inschakeling van jeugdzorg. Via zijn advocaat probeerde hij bovendien een getuige te laten opdraven die zou moeten verklaren dat het vuurwapen “gevonden” en stiekem bij hem verstopt was; de officier zag die verklaring onmiddellijk als ongeloofwaardig.
In de slachtofferverklaring beschreef de vrouw de zwangerschap als een periode van voortdurende vrees; ze vertelde dat ze zichzelf zo wanhopig voelde dat ze haar pols had doorgesneden. Haar woord in de rechtszaal: “Ik ben hier, ik sta hier, je hebt me niet vernietigd.” Volgens het verslag reageerde Kempi cynisch en applaudisseerde hij kort, waarna de vrouw geëmotioneerd de zaal verliet. Hij toonde later spijt, maar volgens eigen zeggen vooral omdat de zaak zijn artiestencarrière schaadt.
Het Openbaar Ministerie eist uiteindelijk zeven maanden gevangenisstraf voor de combinatie van doodsbedreigingen, poging tot dwang en wapenbezit. Critici — inclusief het artikel — vinden die eis zeer laag gezien Kempi’s lange strafblad (onder andere veroordelingen voor mensenhandel, mishandeling en verboden wapenbezit) en de ernst van het gedrag. De zaak roept vragen op over de bescherming van kwetsbare slachtoffers en de straffen die herhaaldelijk crimineel gedrag afremmen.