Oud-korpschef wil hardere aanpak van Defend Netherlands: "Criminele organisatie"
In dit artikel:
Voormalig Amsterdamse korpschef Bernard Welten vraagt het Openbaar Ministerie (OM) steviger op te treden tegen groepen als Defend Netherlands en vergelijkbare actiegroepen. In een lezersbrief aan NRC stelt hij dat de recente ongeregeldheden bij protesten tegen asielopvang — onder meer in Loosdrecht, Sint-Michielsgestel en IJsselstein — niet louter als openbare-ordezaken moeten worden afgedaan, maar systematisch onderzocht moeten worden op georganiseerde, strafbare groepsvorming.
De aanleiding zijn meerdere incidenten waarbij demonstraties uitliepen op vernieling, brandstichting en geweld tegen politie en hulpverleners. Welten wijst erop dat veel demonstranten via sociale media doelbewust worden opgeroepen om naar gemeenten te reizen waar opvanglocaties gepland zijn, en dat deelnemers vaak van buiten die gemeenten komen. Volgens hem ontstaat zo een patroon van herhaalde intimidatie en geweld dat meer weg heeft van georganiseerde actie dan van spontaan lokaal verzet.
Concreet pleit Welten ervoor artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (deelneming aan een criminele organisatie) te onderzoeken in plaats van alleen te volstaan met vervolging voor losse geweldsincidenten zoals openlijke geweldpleging (artikel 141). Hij erkent dat de juridische drempel voor artikel 140 hoog ligt — er moet sprake zijn van duurzame, gestructureerde samenwerking met het oog op het plegen van misdrijven, en van weten of behooren te weten van de deelnemers — maar vindt dat het OM deze mogelijkheid niet vooraf moet uitsluiten: het is aan de rechter om daarover te oordelen.
Defend Netherlands presenteert zich als een beweging van bezorgde burgers en ontkent dat geweld of racisme tot de doelen behoort, maar wordt in media en door tegenstanders vaak in verband gebracht met radicaal-rechts en anti-immigratieactivisme. De aanwezigheid van relschoppers, hooligans en vuurwerkgooiers op door de groep opgevoerde acties bemoeilijkt de juridische vraag of de organisatie verantwoordelijk kan worden gehouden voor het gedrag van opgeroepen deelnemers.
Welten benadrukt dat vaste deelnemers vaak herkenbaar zijn door hun terugkerende aanwezigheid en de openlijke mobilisatie via sociale media, en roept het OM op om te laten zien dat georganiseerd geweld tegen bestuurders, hulpverleners en kwetsbare groepen niet wordt gereduceerd tot enkel een openbare-ordeprobleem maar ook strafrechtelijk zorgvuldig wordt aangepakt.