OM eist elf jaar cel voor Utrechtse moeder na vergiftiging van pasgeboren baby
In dit artikel:
Het Openbaar Ministerie eist in hoger beroep elf jaar gevangenisstraf tegen een 39-jarige vrouw uit Utrecht. De zaak betreft een incident uit het voorjaar van 2020, toen haar pasgeboren dochter met onverklaarbare gezondheidsproblemen—onder meer hartklachten en ernstig achterblijvende groei—in het ziekenhuis belandde. Onderzoek naar de afgekolfde moedermelk die de moeder aanleverde wees uit dat deze het geneesmiddel loperamide bevatte en sterk was verdund, waardoor de melk vrijwel geen voedingswaarde meer had.
Volgens justitie is de moeder doelbewust medicijnen door de melk gemengd en deze verdund, waardoor het meisje ernstig ondervoed raakte en lichamelijke schade opliep; omdat er meerdere porties gemanipuleerde melk werden aangetroffen die nog niet waren gegeven, verdenkt het OM haar ook van voorbereidingshandelingen om opnieuw schade toe te brengen. De rechtbank Midden-Nederland had haar eerder al tot elf jaar veroordeeld; tegen die uitspraak liep hoger beroep. Een eerdere beschuldiging van zware mishandeling van haar zoontje bleef in de vervolging niet overeind en het OM heeft die vrijspraak geaccepteerd, zodat het hoger beroep zich nu uitsluitend op de zaak van de dochter richt.
Aanvullend forensisch onderzoek vond onder meer maïszetmeel in de niet-toegediende melk — een hulpstof die in loperamide-tabletten zit maar normaal niet via het lichaam in moedermelk verschijnt — wat door het OM als aanwijzing wordt gezien voor directe vermenging. De vrouw ontkent opzet en zegt loperamide zelf te hebben gebruikt, maar justitie acht die verklaring ongeloofwaardig gezien de samenstelling van de melk. Deskundigenrapporten over mogelijke psychische stoornissen lopen uiteen; geen van hen kon een oorzakelijk verband leggen met haar handelen, waardoor het OM haar volledig toerekeningsvatbaar acht. Het ontbreken van duidelijkheid over motief en het risico op herhaling vormen voor het OM belangrijke redenen voor een langdurige straf.