Nieuwe vervolging vrijgesproken moordverdachte Tamara Wolvers onzeker: 'Teleurgesteld en verdrietig'
In dit artikel:
In Alphen aan den Rijn wordt nog beslist of de in 2012 definitief vrijgesproken Jacob G. opnieuw voor de moord op Tamara Wolvers (28) wordt vervolgd. Tamara werd op 12 juli 2006 in haar ouderlijk huis aan de Maasstraat dood aangetroffen; ze was gewurgd en meerdere keren gestoken. Jacob G., toen een voormalig familielid, werd in december 2006 opgepakt, maar in 2008 door de rechtbank vrijgesproken en ook in hoger beroep (2010) vrijgesproken, ondanks dat er DNA van hem op Tamara’s kamerjas was gevonden. Na een afgewezen cassatie in 2012 bleef die vrijspraak onherroepelijk.
De invoering van de Wet herziening ten nadele in 2013 maakt het sinds dat jaar mogelijk een onherroepelijke vrijspraak te heropenen als er een sterk nieuw bewijs (een novum) opduikt. Het Openbaar Ministerie zegt zo’n novum te hebben gevonden en vroeg de procureur-generaal om beoordeling. Procureur-generaal Edwin Bleichrodt heeft echter tijdens een zitting bij de Hoge Raad geadviseerd eerst het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) om advies te vragen over de vraag of de herzieningsregeling van toepassing is op vrijspraken die definitief waren vóór 1 oktober 2013. Pas na beantwoording van die juridische drempel zou inhoudelijk naar het nieuwe bewijs gekeken kunnen worden.
De ouders van Tamara lieten via hun advocaat weten teleurgesteld en verdrietig te zijn; zij vrezen dat een procedure bij het EHRM lang kan duren. De Hoge Raad beslist op 30 juni of hij het advies van de procureur-generaal volgt. Herziening ten nadele is zeldzaam — sinds de wet gebeurde dit eerder slechts één keer (2015) en leidde toen niet tot een heropening — waardoor een eventuele doorbraak in de Wolvers-zaak precedenten kan scheppen over de toepassing van de wet en de verhouding tot mensenrechtenbescherming.