Meer minderjarige verdachten in Oost-Groningen. 'Verbaast me niets. Dat ze bij ons bekend zijn is een goed teken'
In dit artikel:
Oost-Groningen telt relatief veel minderjarige verdachten, vooral voor winkeldiefstal; dat blijkt uit een top-25 van het CBS. In die ranglijst staan Oldambt (9), Midden-Groningen (15), Westerwolde (20) en Pekela (23). Tegelijk meldt het CBS dat het aantal minderjarige verdachten sinds 2022 afneemt en dat sinds 2010 verdachten voor vernieling, gewelds- en vermogensmisdrijven met ongeveer zestig procent zijn gedaald. Minderjarige jongens komen bijna vier keer zo vaak als verdachten voor als meisjes.
Burgemeester Cora‑Yfke Sikkema van Oldambt legt uit dat de hoge notering deels het gevolg is van een actieve registratiestrategie: jongere die in beeld komen bij gemeente, jongerenwerk en politie worden vastgelegd, waardoor zij ook sneller hulp of toezicht krijgen. Sikkema stelt dat Oldambt inmiddels geen criminele jeugdgroepen meer heeft en dat eerdere harde kernen grotendeels uiteen zijn gevallen; sommige jongeren moesten zelfs voor de rechter verschijnen. Ze waarschuwt dat een strafblad blijvende gevolgen kan hebben en benadrukt het belang van vroegtijdige meldingen en anonieme signalen, die recent vaker binnenkomen en snelle interventie mogelijk maken.
In Oldambt is preventie systematisch opgezet: wethouder Jurrie Nieboer (PvhN) noemt een jaarlijks budget van ongeveer €350.000 voor jeugdactiviteiten die door jongeren zelf worden ingevuld, en een twee jaar lopend project gericht op een kansrijk opgroeien. De gemeente werkt volgens het zogenaamde IJslandmodel — met nadruk op het terugdringen van middelengebruik en het aanbieden van zinvolle vrijetijdsbesteding — en organiseert elke drie weken een multidisciplinair overleg tussen onderwijs, sociaal werk, verslavingszorg, GGD en gemeente om risicogroepen (12+ en jonger) te bespreken.
Buurgemeente Pekela erkent ook dat er nog veel te doen is. Burgemeester Jaap Kuin zegt dat de hoge positie in de lijst niet verrast en ziet die registratie juist als teken dat de gemeente ‘bovenop’ de problematiek zit. Pekela zette twee jaar geleden een ontmoetingsplek (een huiskamer) op, biedt weerbaarheidstrainingen en stelde jeugdboa’s aan om contact met jongeren te versterken. Kuin benadrukt persoonlijk contact — ook tijdens feestdagen — om terugkerende namen en gedrag direct te bespreken. Hij verwacht dat resultaat op termijn zichtbaar wordt als de aanpak wordt volgehouden.
Kort samengevat: de registratiecijfers laten een concentratie van minderjarige verdachten in delen van Oost‑Groningen zien, maar gemeenten zien de hoge noteringen deels als bewijs van zichtbaarheid en actieve aanpak. Met gerichte preventie, intensief jeugdcontact, samenwerking tussen instanties en extra middelen hopen Oldambt en Pekela de instroom in het criminele circuit verder terug te dringen en op langere termijn uit de landelijke lijsten te verdwijnen.