Marengo-hoofdverdachte Saïd R: 'Moorden bleef ik verre van'
In dit artikel:
Saïd R., hoofdverdachte in het Marengo-proces, erkent handel in gestolen auto’s en het smokkelen van hasj via snelle boten, maar bestrijdt elke betrokkenheid bij moorden. In de nieuwe rechtbank op het terrein van de PI Vught nam de 53‑jarige R. woensdag uitgebreid het woord tijdens de behandeling van de zaak in hoger beroep bij het gerechtshof. Eerder werd hij door de rechtbank tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld; het hof heroverweegt die uitspraak.
Het Marengo-dossier draait om zes moorden en meerdere moordpogingen die het Openbaar Ministerie toeschrijft aan opdrachten van topverdachte Ridouan Taghi. Justitie beticht R. ervan die liquidaties voor Taghi te hebben geregeld. R. ontkent dat stelselmatig en zegt alleen logistiek werk te hebben gedaan, zoals het regelen van auto’s, zonder te weten waarvoor die werden gebruikt. Hij relativeerde tevens verklaringen van kroongetuige Nabil B., met wie hij volgens hem slechts via zijn jongere broer bekend was geraakt.
Tijdens zijn verklaring ging R. gedetailleerd in op zijn eerdere drugsactiviteiten via Spanje: vervoer met 10,5 meter zodiacs en wekelijkse trips, een onderwerp dat zichtbaar onrust veroorzaakte bij zijn verdediging maar dat hij afdeed met het argument dat hij daarvoor al veroordeeld is. R. werd in februari 2020 in Colombia opgepakt en zit sindsdien in de Extra Beveiligde Inrichting in Vught, net als Taghi. De inhoudelijke behandeling van Marengo loopt door; het OM wil in mei strafvorderingen presenteren voor alle verdachten behalve Taghi, wier dossier stilligt omdat hij zonder advocaten zit.