Klokkenluiders waarschuwen voor massale fouten in vonnissen bij Justid
In dit artikel:
Klokkenluiders binnen de Justitiële Informatiedienst (Justid) waarschuwen dat naamfouten in strafvonnissen veel vaker voorkomen dan bekend was, met ernstige persoonlijke en maatschappelijke gevolgen: onschuldigen krijgen strafbladen of zitten onterecht gevangen, terwijl de werkelijke daders soms buiten schot blijven. Een casus uit augustus 2022 illustreert het probleem: na een stop in Limburg voor gevaarlijk rijgedrag werd een roodharige Britse bestuurder vervolgd, maar bij verstek werd een andere roodharige man — een Ier die regelmatig in Nederland werkte — veroordeeld en direct naar de gevangenis gestuurd. Hij zat een maand uit voordat de Hoge Raad vorige maand vaststelde dat sprake was van persoonsverwisseling.
Fouten ontstaan op verschillende niveaus: verkeerde identificatie bij aanhouding (bijvoorbeeld door valse namen of identiteitsfraude), automatische koppelingen tussen registers (BRP, de strafrechtketendatabank SKDB en het Justitieel Documentatiesysteem), wettelijke naamswijzigingen die niet overeenkomen met oude vonnissen, en handmatige aanpassingen door Justid-medewerkers. Zowel het onterecht aanpassen van namen als het nalaten van correcties kan verstrekkende gevolgen hebben, concludeerde de Algemene Rekenkamer.
Eerdere voorbeelden tonen hetzelfde patroon: in 2015 bleek dat Robert Hörchner ten onrechte werd verdacht van xtc-handel; onvolledige of foutieve verwerking van bewijs en documenten leidde tot langdurige onduidelijkheid in zijn justitiële dossier. Uit rapporten van onder meer de Auditdienst Rijk blijkt dat het probleem al in 2014 was gesignaleerd maar lange tijd is gebagatelliseerd; medewerkers die fouten aankaartten, zoals ambtenaar Marleen de Wilde, ervoeren volgens hen een angstcultuur en werden tegengewerkt wanneer zij onderzoek probeerden te laten uitvoeren.
Justid, dat vertrouwelijke gegevens over identiteit, strafverleden, verblijfsstatus en detentie beheert, speelt een centrale rol in deze keten. De meldingen van klokkenluiders, rapporten van toezichthouders en recent oordeel van de Hoge Raad maken duidelijk dat verbeterde data‑kwaliteit, transparantie en goed afgebakende bevoegdheden nodig zijn om nieuwe missers en de ernstige gevolgen daarvan te voorkomen.