In door bendes geteisterd Zuid-Afrika worden elke dag tientallen mensen vermoord
In dit artikel:
Elke dag vallen er tientallen doden door geweld in Zuid-Afrika. Om de ergste criminaliteit in te dammen heeft president Cyril Ramaphosa het leger ingezet rond de beruchte Cape Flats — de townships van Kaapstad — voor een operatie van één jaar, zonder extra structurele financiering. De troepen moeten politieacties ondersteunen bij arrestaties, huiszoekingen en wegversperringen, maar bewoners en waarnemers vrezen dat dit vooral een symbolische maatregel is die de onderliggende sociaal-economische problemen niet wegneemt.
In Heideveld, een relatief rustige wijk midden op de Cape Flats, lopen vrijwilligers van de buurtwacht avondpatrouilles om zichtbaarheid te geven, verdachte adressen te controleren en forenzen en schoolgaande kinderen te begeleiden. Veel helpers zijn werkloos en oud; coördinator John Goliath (57) en anderen vertellen over dagelijkse diefstallen, straatroven en woninginbraken. De buurtwakers proberen jongeren te corrigeren en te begeleiden, maar lopen tegen grenzen aan: contact met bendes brengt risico’s, en jonge daders zijn moeilijk af te schrikken. Zoals een bewoner opmerkte: “Hadden wij maar drones.”
De gewelddadige structuren in de Cape Flats wortelen in de geschiedenis van gedwongen huisvesting onder apartheid. In de armoede ontstonden lokale bendes die beschermgeld, drugs en leningen verkochten; later raakten zij verweven met internationale drugkartels. Bendeleiders als de vermeende Terrible Josters-leider Peter Jaggers eindigden opvallend gewelddadig — zijn lichaam werd ooit met zandzakken vastgebonden in een stuwmeer gevonden — en buitenlandse netwerken (Colombiaanse, Mexicaanse, Oost-Europese groepen) hebben een voet aan wal gekregen. Ook Amerikaanse gangstercultuur en namen als The Americans en Dollar Boys zijn zichtbaar geworden op straat.
De politie staat onder druk: korpsen zijn verzwakt en deels geïnfiltreerd, waardoor georganiseerde misdaad ongehinderd opereert. In het afgelopen jaar lag het gemiddelde op ongeveer 64 moorden per dag; de Wereldbank schat de jaarlijkse economische schade door criminaliteit op circa 10 procent van het bbp. Ramaphosa’s troepen nemen taken over die de politie nauwelijks alleen kan uitvoeren, maar ministers noemen de inzet geen wondermiddel tegen de diepe oorzaken van geweld en armoede.
De militaire inzet is niet nieuw: in 2008, 2012 en 2015 is het leger al ingezet in de Kaapse townships — toen vaak als harde, tijdelijke bezetting met huisdoorzoekingen en fouilleringen, wat kritiek oogstte wegens reactief optreden en schending van burgerlijke vrijheden. Ditmaal belooft de regering een meer strategische aanpak, maar buurtbewoners blijven sceptisch. Vrijwilligers benadrukken dat bendes zich tijdens zo’n jaar vaak tijdelijk terugtrekken en na vertrek weer actief worden. Ze vrezen dat de gemeenschap opnieuw beperkingen moet accepteren zonder blijvende vooruitgang.
De inzet van het leger speelt ook in op internationale politieke spanningen: vorig jaar bekritiseerde voormalig president Donald Trump Zuid-Afrika publiekelijk over criminaliteit en gaf hij onder meer speciale vluchtelingenstatus aan bepaalde groepen, wat leidde tot diplomatieke wrijving met Ramaphosa. Het incident onderstreept hoe binnenlandse veiligheidspolitiek door geopolitieke discussie kan worden beïnvloed.
Op straat blijft de realiteit hard: families rouwen om slachtoffers, vrijwilligers riskeren eigen veiligheid en de jongere generatie lijkt harder en gewelddadiger dan vroeger. Buurtwachten werken met minimale middelen — donaties van gemeente, gele hesjes, fietsen — en vinden het lastig nieuwe aanwas te krijgen omdat jongeren vaker doelwit worden of betaling eisen. Veel bewoners steunen de militaire actie op korte termijn, maar geven aan dat duurzame vermindering van geweld afhankelijk is van structurele investeringen in werkgelegenheid, onderwijs en sociale voorzieningen — maatregelen die niet met soldaten alleen kunnen worden afgedwongen.