"Hier zat mijn kleindochter voor het laatst trots op haar fietsje": 20 jaar na racistische moorden door Hans Van Themsche, blikt grootmoeder van Luna terug
In dit artikel:
Op 11 mei 2006 trok de toen 18‑jarige Hans Van Themsche vanuit Roeselare naar Antwerpen en begon daar een racistische moordpartij die het stadsbeeld en vele levens tekende. Rond het middaguur haalde hij op de Grote Markt een jachtgeweer tevoorschijn en schoot op een Turkse vrouw, Songül Koç, die een boek las; zij overleefde. Even later in de Zwartzusterstraat keerde hij terug en doodde hij de 24‑jarige Malinese oppas Oulematou “N'Doei” Niangadou en het tweejarige Vlaamse meisje Luna, dat zij bij zich had.
Luna’s grootmoeder, de 86‑jarige Suzanne Van Well, herinnert zich de dag nog haarscherp: “Ik kan me die dag nog seconde voor seconde herinneren.” Ze vertelt hoe het nieuws haar middenin een opleiding trof en hoe de eerste weken na de moord een waas vormden voor de familie, versterkt door intense media‑aandacht die ook de voorbereiding van de begrafenis bemoeilijkte. De uitvaart in de Sint‑Pauluskerk trok veel mensen; onder anderen acteur Jan Decleir en stadsdichter Bart Moeyaert maakten hun steun zichtbaar. Sindsdien legt Van Well ieder jaar op 11 mei een boeketje bij de gedenksteen in de Zwartzusterstraat, vlakbij waar haar kleindochter “voor het laatst trots op haar fietsje” zat.
De dader werd vlakbij tussen de Zwartzusterstraat en Grote Markt aangehouden. Hoofdinspecteur Marcel Van Peel, die toevallig op een terras zat te eten, schakelde in toen omstanders opmerkten dat iemand met een wapen rondliep. Hij riep op Van Themsche het wapen neer te leggen, trok zijn dienstwapen en schoot hem uiteindelijk in de buik; Van Themsche riep nog “schiet me dood” voordat hij neerviel. Van Peel zegt dat die dag nog voelt alsof het gisteren gebeurde en dat hij sindsdien af en toe als een held wordt genoemd, al is die aandacht inmiddels afgenomen.
In oktober 2007 verklaarde een assisenjury Van Themsche schuldig en bewezen verklaarde ze dat racistische motieven ten grondslag lagen aan de aanslagen; hij kreeg levenslange gevangenisstraf. Latere rapporten geven aan dat hij onder strikte voorwaarden uit de gevangenis van Oudenaarde kwam en sindsdien in een gesloten instelling verblijft. Luna’s moeder heeft twee keer met hem gesproken en liet volgens Van Well weten dat hij zijn fouten erkent en veranderd zou zijn. Dat leidt tot verdeeldheid: Van Well volgt de positie van haar dochter, terwijl Van Peel vindt dat een straf moet worden uitgezeten.
Voor de familie en de stad staat de zaak symbool voor de verwoestende gevolgen van rechts‑extremistische ideeën. Wat begon als een korte, geplande tocht van een jongeman mondde uit in twee doden, een overlevende en decennialange rouw en maatschappelijke discussie over straf, rehabilitatie en de herinnering aan de slachtoffers.