Henk Strootman was politieman en werd misdaadjournalist: 'Peter R. is er nog steeds'
In dit artikel:
Henk Strootman, ex-politieman en jarenlang misdaadverslaggever, beschrijft zijn loopbaan en de zaken die hem hebben gevormd in de bundel Inkt, bloed en tranen. In plaats van grote internationale crime-namen kiest hij bewust voor kleine, ingrijpende drama’s dicht bij huis: familiedrama’s, wanhoopsmisdaden en onopgeloste moorden die aantonen wat criminaliteit voor gewone mensen betekent. Voorbeelden in het boek zijn onder anderen Johan V. uit Ridderkerk en Huib van O. uit Melissant, mannen die hun gezin om het leven brachten, en de nog steeds onopgehelderde familievete rond Johan van de B. in Rotterdam-Overschie. Ook de zaak van zijn eigen tante‑achtbare buurvrouw Geertje Vliegenthart, waarbij zoon Bas als hoofdverdachte geldt en het coldcaseteam van Rotterdam nog geen sluitend bewijs vond, krijgt veel aandacht.
Strootman (63) groeide op in Rotterdam-Zuid, begon zijn loopbaan bij de politie in Ridderkerk en ontdekte al snel plezier in schrijven. In 1988 stapte hij over naar de media na contact met Peter R. de Vries, die hem jarenlang als leermeester begeleidde. Die samenwerking leidde tot functies bij Aktueel, televisieprogramma’s als Crime Time en Crime Desk en uiteindelijk de Panorama. De moord op De Vries op 6 juni 2021 raakt hem nog altijd; hij ziet diens invloed als voortdurend aanwezig in zijn manier van werken: alert zijn, de straat opgaan en niet bang zijn voor risico’s.
Het boek bevat zowel journalistieke reconstructies als persoonlijke verhalen. Strootman reflecteert open over de keer dat hij te ver ging: in 2003 hielp hij de Rotterdammer Richard L.—een voormalige collega die het criminele pad opging—tegen beter weten in bij een ontsnappingspoging uit Duitsland. Hij erkent dat die grensvervaging onverstandig was, maar koos er bewust voor om het incident ook op te nemen in zijn verhaal. Andere levendige passages beschrijven bijvoorbeeld een gespannen, door De Vries en hemzelf ondernomen burgerarrestatie bij wapenhandelaar Koen B.
Strootman woont sinds enkele jaren in Israël, het moederland van zijn vrouw; voor het verschijnen van het boek was hij terug in Rotterdam en merkt met gemengde gevoelens hoe de stad tegelijk vertrouwd en veranderd is. Zijn jaren als agent en verslaggever hebben zijn kijk op opsporing aangepast: hij heeft meer respect gekregen voor rechercheurs op straat en bewondert hun inzet en middelen zoals afluisteren. Tegelijk ziet hij geen rivaliteit tussen misdaadjournalist en politie; vaak vullen beide elkaar aan—journalisten kunnen toegang bieden tot bronnen die rechercheurs vervolgens technisch kunnen uitnutten.
Inkt, bloed en tranen fungeert daarmee als een persoonlijk portret van een carrière op het snijvlak van handhaving en verslaggeving: dichtbij, soms ongemakkelijk en altijd gericht op de menselijke gevolgen van misdaad. Strootman hint dat er nog een volgend boek in de maak is.