'Heng, heng!' Door de kolereherrie gooi ik het raam open. Wie is het die mijn moordlust aanwakkert?

woensdag, 10 juni 2026 (09:31) - Het Parool

In dit artikel:

Monique Louis wordt op een gewone ochtend in haar Amsterdamse straat ruw uit haar slaap gewekt door een aanhoudend, scherp geluid dat ze omschrijft als “heng, heng…”. Zowel zij als haar 13‑jarige zoon zijn geïrriteerd; ook haar man is al een uur wakker en kan er niet tegen. Als ze het huis uitgaat ziet ze de oorzaak: een man in overall die namens de gemeente met een lawaai makend apparaat over de stoep schuift en bruine prut op het fietspad spuit. Het geraas overstemt het vogelgezang en onderbreekt de rust van de hele ochtend en middag.

Wanneer Monique hem aanspreekt, blijkt het geen monster, maar een arbeider die “het onkruid tussen de tegels” verwijdert en bijna klaar is met de straat. Hij vertelt dat straks iemand met een bladblazer langskomt — ook geen stille oplossing. Haar aanvankelijke woede smelt weg bij zijn eenvoudige uitleg; ze wenst hem nog succes. Thuisgekomen vraagt haar zoon verwachtingsvol of ze de man “in elkaar geslagen” heeft — een luchtig slot dat de ergernis en het menselijke moment samenbrengt.

Het verhaal belicht hoe stedelijk onderhoud, met machines en stof, het dagelijks leven en de stilte in woonwijken flink kan verstoren.