Heeft de verdachte of de advocaat baat bij de deal? (COLUMN)

zaterdag, 20 december 2025 (21:01) - Crimesite.nl

In dit artikel:

Yehudi Moszkowicz, strafrechtadvocaat, waarschuwt dat verdachten met zaakstukken afkomstig van gehackte gecodeerde netwerken (zoals EncroChat, SkyECC, Ennetcom, ANOM) niet te snel moeten instemmen met procesafspraken met het Openbaar Ministerie. Zijn pleidooi komt voort uit een snel veranderend juridisch landschap: hoogste rechtscolleges in meerdere landen en internationale instanties stellen steeds nadrukkelijker vragen bij de rechtmatigheid, betrouwbaarheid en toetsbaarheid van dit type interceptie‑bewijs.

Wat is er gebeurd? Franse uitspraken in 2025 (Cour de Cassation) hebben fundamentele vragen opgeworpen over internationale hackoperaties en het gebruik van het Europese Onderzoeksbevel. Diezelfde Franse rechter stelde op 16 september 2025 prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU over de mate waarin andere lidstaten controle kunnen uitoefenen op de Franse hackprocedure en of verdachten toegang krijgen tot ruwe data en processtukken. In november 2025 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in een EncroChat-zaak expliciet gevraagd naar artikel 6 EVRM (recht op een eerlijk proces) en de toetsbaarheid van de bewijsvoering. Tegelijkertijd hebben rechters in Zwitserland, Duitsland en een Amerikaanse federale rechtbank SkyECC‑bewijs al geheel uitgesloten wegens onder meer schending van territoriale soevereiniteit; recent volgde ook uitsluiting in Bosnië.

Waarom is dat belangrijk? Als een verdachte vroeg een plea deal accepteert, legt hij doorgaans een gevangenisstraf en forse ontneming of boete vast zonder dat een onafhankelijke rechter ooit heeft onderzocht of het bewijs rechtmatig en betrouwbaar is. Moszkowicz betoogt dat zo’n vroege aanvaarding vooral het OM ten goede komt: snelle veroordelingen zonder toetsing van het fundamentele bewijs en zonder dat de herkomst van dat bewijs blootligt. Bovendien levert een ontnemingsvonnis in de praktijk zelden daadwerkelijk geld op; de financiële afwikkeling is vaak een papieren exercitie.

Ook de belangen van sommige advocaten spelen mee. Voor verdedigers die deals sluiten betekent het doorgaans minder werk en een vlotte, goed betaalde afwikkeling. Moszkowicz hekelt dat: gemak en inkomsten mogen niet zwaarder wegen dan het grondig verdedigen van fundamentele rechten.

Tegenover deze groep staan advocaten die diepgaand procederen: zij investeren honderden uren in technische analyse, bestuderen buitenlandse processtukken, procederen tot hogere instanties en vechten grensoverschrijdende bewijsverwervingen aan. Volgens de auteur zijn juist die doorzetters vaak verantwoordelijk geweest voor de doorbraken die het OM later terugfluiten.

Moszkowicz’ advies is duidelijk: wacht met het sluiten van deals totdat de stof is neergedaald. Een overeenkomst kan altijd nog in een later stadium worden gesloten; vroeg instemmen kan onherroepelijke schade betekenen als straks Europese of EHRM‑rechtspraak oordeelt dat het bewijs (deels) onrechtmatig was. Hij benadrukt dat het voor veel verdachten verstandiger en integere advocaatkunde is om de juridische ontwikkelingen af te wachten en de strijd aan te gaan wanneer de zaak daarom vraagt.

Kortom: in zaken met crypto/PGP‑bewijs is overhaast toegeven riskant — zowel juridisch als financieel — en kan het toekomstige kansen op vrijspraak of bewijsuitsluiting onmogelijk maken.