Gruwelijke ontdekking: deze jonge vrouwen werden vermoord omdat ze wilden trouwen

zondag, 12 april 2026 (12:17) - Omroep West

In dit artikel:

Historicus Corien Glaudemans bracht een lang vergeten hoofdstuk uit de bezettingstijd aan het licht: eind maart 1942 werden 21 Joodse vrouwen en meisjes uit vooral Amsterdam in het Oranjehotel (de Scheveningse gevangenis) opgesloten omdat zij in ondertrouw waren gegaan met niet‑Joodse mannen. Glaudemans vond hun namen in het NIOD-archief toen ze zich voorbereidde op twee lezingen begin mei en reconstrueerde hun lot aan de hand van dagboekfragmenten, memoires en getuigenverklaringen.

De aanhouding hing samen met een besluit van de Duitse bezetter, onder leiding van Arthur Seyss‑Inquart, om gemengde huwelijken met terugwerkende kracht te verbieden. Veel Joodse koppels waren juist in die periode massaal in ondertrouw gegaan in de hoop dat een huwelijk de mannen zou vrijwaren van deportatie naar werkkampen. In Duitsland bestonden dergelijke rassenwetten al sinds 1935; in bezet Nederland bleken ze pas in 1942 hardhandig te worden doorgevoerd.

Waar mannen uit steden als Den Haag vaak naar Nederlandse werkkampen werden gestuurd — voorbeelden zijn Beugelen bij Staphorst en Ybenheer in Friesland, waar gedwongen arbeid zoals hout hakken en veenontginning plaatsvond — werden 30 Joodse mannen die in ondertrouw waren gestuurd naar kamp Amersfoort. Volgens Glaudemans heeft geen van hen de oorlog overleefd. De 21 vrouwen uit de ondertrouwgroep verbleven eerst in het Oranjehotel; vrijwel allen werden later gedeporteerd naar Ravensbrück en uiteindelijk naar Auschwitz. Slechts één van de vrouwen overleefde.

Glaudemans wijst erop dat deze casus laat zien hoe de bezetter met terugwerkende rassenwetgeving families en levens vernielde en hoe de specifieke ervaringen van vrouwen in veel geschiedschrijving onderbelicht zijn. Haar onderzoek is gepubliceerd op de website van Nationaal Monument Kamp Amersfoort; ook het Oranjehotel zal de namen en verhalen opnemen. Ze zal haar bevindingen delen tijdens de Open Joodse Huizen op 1 en 2 mei, waar een speciaal programma is samengesteld.

Het verhaal benadrukt zowel de bureaucratische methode van uitsluiting tijdens de Holocaust als de persoonlijke tragedie van jonge vrouwen die, door verliefdheid en hoop op bescherming, het leven lieten. Glaudemans dringt erop aan dat deze episode herinnerd wordt, zodat ook dit facet van de vervolging niet verloren gaat.