Criminelen ontlopen celstraf wegens cellentekort in Nederland
In dit artikel:
In Nederland lopen honderden opgelegde gevangenisstraffen het risico te verdwijnen omdat ze niet op tijd kunnen worden uitgevoerd door een tekort aan cellen en personeel. Het ministerie van Justitie en Veiligheid meldt dat het om 658 zaken gaat, verdeeld over 534 personen—samen goed voor ongeveer veertien jaar aan straftijd—en dat deze straffen mogelijk in 2026 kunnen verjaren. Het probleem speelt vooral bij korte gevangenisstraffen: in meer dan 99 procent van de gevallen gaat het om straffen tussen één en zestig dagen, veelal voor relatief lichte feiten zoals diefstal of het niet betalen van boetes.
Normaal leidt verjaring vooral tot gevallen waarin veroordeelden onvindbaar zijn, bijvoorbeeld door verblijf in het buitenland. Nu bevinden veel veroordeelden zich wél in Nederland maar blijven thuis wachten totdat er een cel beschikbaar is. Omdat politie en sanctionerende instanties opsporing van mensen met korte straffen vaak geen hoge prioriteit geven, neemt de kans op verjaring toe.
In de Tweede Kamer groeit de roep om in te grijpen; een meerderheid wil voorkomen dat veroordeelden ongestraft blijven en pleit voor omzetten van korte gevangenisstraffen naar alternatieven zoals elektronisch toezicht met een enkelband. CDA-Kamerlid Jeltje Straatman stelde: "Als straffen door verjaring en het cellentekort niet lukt, dan is straffeloosheid voor mij geen serieus alternatief."
Het capaciteitsprobleem is structureel. Sinds juli vorig jaar geldt een noodmaatregel waardoor gedetineerden met een straf tot een jaar twee weken eerder naar huis mogen, maar dat blijkt onvoldoende. Het ministerie zegt degenen van wie de straf bijna verjaart voorrang te geven bij oproepen, maar of dat alle gevallen voorkomt, is onzeker. De situatie raakt de geloofwaardigheid van het strafrechtsysteem.