Ceuta staat op ontploffen na massale grensoversteek: Tenten in brand, politie belaagd en bewoners eisen hun stad terug
In dit artikel:
Een maand nadat tienduizenden migranten vanuit Marokko de Spaanse enclave Ceuta bereikten, lopen de spanningen in de kleine stad snel op. Volgens burgemeester Juan Jesús Vivas kwamen op 30 en 31 juli minstens 72.000 mensen aan; velen zwommen om het grenshek heen. Zeker honderd mensen zouden tijdens de oversteek zijn omgekomen. De meeste migranten keerden kort daarna terug naar Marokko, maar enkele duizenden bleven achter. Door een gebrek aan opvang slapen zij onder meer op stranden en in straten.
De aanvankelijke demonstraties verliepen grotendeels vreedzaam, maar de situatie verhardde. Inwoners blokkeerden hulpverleners van het Rode Kruis die voedsel en water uitdeelden. Later werden tenten van migranten in brand gestoken en ontstonden confrontaties met de politie. Twaalf migranten werden opgepakt nadat zij volgens de autoriteiten stenen naar een militair voertuig hadden gegooid; vier inzittenden raakten gewond. Ook zijn er meldingen van inwoners die migranten door de straten achtervolgen.
Bewoners zeggen dat Ceuta de toestroom niet aankan en vrezen voor hun veiligheid, de opvang en de druk op voorzieningen. De Spaanse regering van premier Pedro Sánchez heeft de regie overgenomen en wil migranten tijdelijk onderbrengen in onder meer sportcentra, waar hun asielrecht kan worden beoordeeld en terugkeer kan worden voorbereid. Veel inwoners verzetten zich daartegen, uit angst dat migranten dichter bij woonwijken komen.
Tegelijkertijd escaleert het politieke conflict. Madrid beschuldigt de conservatieve Partido Popular en Vox ervan de onrust aan te wakkeren. Over de oorzaak van de massale oversteek verschillen de verklaringen: sommige Spaanse politici wijzen op Marokko, dat aanspraak maakt op Ceuta en Melilla, terwijl de regering mensensmokkelaars verantwoordelijk houdt.
Vandaag Inside: Valentijn Driessen niet onder de indruk van ongeluk Kees de Bever op filmset: 'Zal wel meevallen'