Cel opgelegd voor deelname aan criminele organisatie, vrijspraken voor plannen liquidatie man uit Amstelveen
In dit artikel:
Het gerechtshof Amsterdam heeft twee mannen veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en hen gevangenisstraffen opgelegd van respectievelijk 2 jaar en 4 maanden en 2 jaar. Beide verdachten zijn echter vrijgesproken van de voorbereiding van moord op een man uit Amstelveen; dit oordeel volgt op een eerdere vrijspraak in eerste aanleg. Het Openbaar Ministerie had zwaardere straffen geëist.
Volgens het hof maakten de verdachten gebruik van peilbakens en camera’s om het slachtoffer te lokaliseren en te volgen, maar daarvan kon niet worden vastgesteld dat die middelen op het moment van een eventuele uitvoering van een moord direct van cruciaal belang zouden zijn geweest. Daarom voldeed dit niet aan de drempel voor een bewezenverklaring van voorbereidingshandelingen tot moord.
Wel concludeerde het hof dat beide mannen deel uitmaakten van een samenwerkingsverband met als doel onder meer het plegen van moord(en). Voor deelname aan een criminele organisatie is het niet vereist dat een lid zelf een strafbaar feit pleegt; elke bijdrage aan het gemeenschappelijke doel is voldoende. De observaties en andere werkzaamheden van de veroordeelden droegen volgens het hof bij aan dat gezamenlijke doel.
Eén van de mannen kreeg naast de veroordeling voor deelname ook een veroordeling voor witwassen; hij kreeg 2 jaar en 4 maanden, de ander 2 jaar. De opgelegde straffen liggen lager dan de eis van het OM, mede omdat de verdachten vrijgesproken zijn van voorbereiding tot moord en omdat de redelijke termijn in de zaak was overschreden.
Tegelijk behandelde het hof de zaak Antigo II rond de schietpartij van 16 maart 2019 op een man uit Amstelveen, zijn dochter en diens (ex-)partner. Drie verdachten werden vrijgesproken van poging tot moord: hoewel zij betrokken waren bij voorbereidingen zoals verkenningen en het klaarzetten van een vluchtauto, was er onvoldoende bewijs dat zij de daadwerkelijke schutters waren of hen aanstuurden. In die zaak werden kleine gerelateerde veroordelingen uitgesproken (vijf weken voor bezit van 193 gram cocaïne; een geldboete voor het bezit van patronen).
Het OM kan nog beslissen of aanvullend wordt vervolgd. De uitspraken illustreren het verschil dat Nederlandse strafrechters maken tussen voorbereidingshandelingen en strafbare deelname aan een criminele organisatie, en benadrukken het belang van direct bewijs van betrokkenheid bij de uitvoering van geweldsdelicten.