Autoriteit Persoonsgegevens: inlichtingenteam politie overtreedt wet
In dit artikel:
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) stelt dat de wettelijke grondslag voor het Team Openbare Orde Inlichtingen (TOOI) van de politie tekortschiet en adviseert dat het team óf stopt met delen van zijn inlichtingenwerk óf dat de wet wordt aangepast. Uit het onderzoek blijkt dat het TOOI onder Artikel 3 van de Politiewet 2012 opereert, een bepaling die alleen een geringe privacyschending toestaat. In de praktijk verzamelt het team soms langdurig en gedetailleerd gegevens over personen — bijvoorbeeld over herhaaldelijke deelname aan demonstraties — waarmee een uitgebreid beeld van iemand ontstaat.
De AP signaleert ook dat het TOOI bijzondere persoonsgegevens verwerkt (zoals religie, politieke overtuiging of seksuele voorkeur) zonder dat daarvoor strikt noodzakelijke gronden zijn aangetoond. Daarnaast is de aansturing en de controle op het inlichtingenwerk niet altijd toereikend. Kritiek is er op de manier waarop informanten worden geworven: potentiële bronnen worden vooraf zonder hun weten gescreend, een handeling waarvoor volgens de AP onvoldoende wettelijke dekking bestaat.
AP-voorzitter Aleid Wolfsen benadrukt dat ingrepen in grondrechten alleen op basis van heldere, nauwkeurige wetgeving mogen plaatsvinden en waarschuwt voor een mogelijk ‘chilling effect’ op demonstratie- en meningsuiting. De waakhond heeft zijn bevindingen in een brief aan de Tweede Kamer aangeboden en roept op tot een breed debat; ontbreekt politiek draagvlak, dan moet het TOOI zijn taken staken, anders moet de wet worden aangepast.